Onderwerpen op deze pagina:

  • MiniDisc
  • HD MiniDisc (Hi-MD)
  • Atrac
  • Atrac3



    Hi MD

    In 2004 lanceerde Sony eindelijk haar vervolg op de 'oer' MiniDisc; de Hi-MD. Met de komst van deze nieuwe telg aan het MiniDisc front geeft Sony aan nog genoeg kansen te zien in het medium. En het werd hoog tijd, want de opslagcapaciteit van 177MB van de orginele MiniDisc was welliswaar genoeg om een CD met de Atrac (intussen toe aan versie 3) compressie over te nemen, maar in het tijdperk van MP3's (ruwweg dezelfde compressie als een met Atrac3 opgenomen track) is het eenvoudigweg te weinig. Dus introduceerde Sony de Hi-MD met een opslagcapaciteit van 1GB. Genoeg om 45 uur muziek op te slaan! Maar niet alleen muziek kan op dit nieuwe medium gezet worden; ook afbeeldingen en is er toegevoegd dat auteursrechten digitaal beveiligd zijn. Hoewel in een Hi-MD speler natuurlijk wel de 'oude' MD schijfjes afspeelbaar zijn, kunnen de nieuwe Hi-MD schijfjes niet in bestaande (non Hi-MD) MiniDisc spelers worden afgespeeld. Overigens kunnen de opneembare 'standaard' MD schijfjes in een Hi-MD speler worden geformateerd met niet 170MB, maar bijna het dubbele, namelijk 305MB!


    ATRAC (Adaptive Transform Acoustic Coding)

    Compressiemethode ontwikkeld door Sony voor de MiniDisc geluidsweergave/opname technologie en is tevens de basis voor Sony's SDDS digital cinema audio systeem. ATRAC verdeelt het 16 bits 44.1 KHz digitale signaal in 52 frequentiebanden. De banden in de lage frequenties zijn gevoeliger dan die in de hoge frequenties. Een psycho-akoestische transfer-functie die gebruik maakt van de limieten van het menselijk gehoor, verwijdert dan genoeg informatie om de data-stroom terug te brengen tot slechts 20 procent van het origineel. Ondanks dat met de huidige ATRAC revisies het verschil tussen een MiniDisc opname en een CD minimiem is, zal met name bij bepaalde muzieksoorten (klassiek, jazz, akoestisch) altijd een verschil (voor de geoefende/gevoeliger luisteraard) zijn. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de MLP techniek wordt er natuurlijk informatie weggelaten bij ATRAC, net zoals dat geldt voor Dolby Digital (AC-3), DTS, MPEG, PASC & PAC (Bell Labs Percepual Audio Coding). Belangrijk hierbij is natuurlijk hoe sterk de compressie wordt toegepast, en die verschillen per gebruikte techniek.


    ATRAC3 Plus (Adaptive Transform Acoustic Coding 3 Plus)

    Atrac 3 plus is een verbetering van de Atrac 3 compressienorm (welke op zich alweer een verbetering is tov het orginele Atrac compressienorm). De nieuwe versie analyseert langere muziekdelen om tot een meer precieze analyse van de binnenkomende audiosignalen te komen. Tevens zorgt een nieuw algoritme ervoor dat er een optimalistatie plaatsvindt van de datacompressie, wat erin resulteert dat de muziekdata slechts 1/20e van het orgineel in beslag neemt ipv 1/10e (Atrac/Atrac3).


    MiniDisc (MD)

    Het MiniDisc systeem werd officieel gelanceerd in Europa door Sony in december 1992. Sony begon aan de ontwikkeling ervan in 1986. Een MD is 7 cm breed, 6,75 cm lang x 0,5 cm hoog. Het schijfje binnenin heeft een diameter van 6,4 cm. Laten we eens kijken naar de features van een pre-recorded MiniDisc:

    Same playing time as Compact Disc, and identical music content (tracklisting). However, due to the technology, a MiniDisc is considerably smaller than a CD, enabling the hardware for playback to be much smaller as well. This guarantees a feel more similar to a small cassette Walkman, but with all the features of digital convenience.

    Great protective package. Not only is the MD very well protected itself, the package only for pre-recorded Music MiniDisc gives you the same booklet, colour information and liner notes as a CD. Another highlight is the "Text" function, which shows Artist Name as well as individual tracks on your MD Player display when using pre-recorded MiniDisc.

    Is there an audible difference between MD and CD/DAT? It depends upon who is listening, but in any case this difference is very tiny. MD utilizes a compression algorithm which discards some bits from the data stream. The bits that are discarded are meant to be those that represent sound that your ears could not detect in the reproduced music. A small double-blind test made by the ABX Company indicates that people do not find a difference between ATRAC-processed music and its original. However, they can readily spot the difference when a special test signal is used for the comparison.

    Physically, a pre-recorded MD is just like a CD, using the same material and same production method, only the data contents are different. Unlike recordable MD's, pre-recorded MD's do not have the magneto-optical coating layers or the lubricating layers. They are made of the same plastic-aluminum structure as CD's. There is absolutely no way to record or erase anything on pre-recorded MD's. In terms of their physical characteristics, pre-recorded MD's are manufactured exactly like CD's and are also read exactly like CD's. Blank MD's are similar but a pre-groove replaces the pits and valleys and an MO coating replaces the aluminum one. When recording, the MD machine focuses a laser on the pre-groove and heats the MO coating to the Curie point while a magnetic field aligns the metal particles (the direction depends on the data, 0 or 1). During playback, the MD machine focuses the laser on the pre-groove again, but at lower power, and registers changes in polarization (the Faraday effect). In terms of audio quality, pre-recorded MD's are in theory no different from recordable MD's, although, as always, audio quality depends upon which version of ATRAC the discs are encoded with. Recordable MiniDiscs use a variation on conventional magneto- optical methods that Sony calls "Magnetic Field Modulation", in which data is recorded using a 4.5mW semiconductor laser together with a magnetic head. As the disc sweeps past the laser, a tiny area on the MD's magnetic recording layer is heated to its Curie temperature* while the field of the magnetic head in contact with the other side of the disc is switched back and forth to write a data pattern. When the area the head has magnetized moves away from the laser spot it cools below the Curie point to become "cast'' in a string of N and S magnetized regions on the disc, spaced 60 millionths of a centimeter apart, and corresponding to the stream of bits being recorded. Playback is accomplished using the same laser at about 1/10th power, taking advantage of the Faraday effect, in which the polarization angle of reflected laser light is affected by whether it was reflected from an N or S magnetized region. The MD optics detect these polarization differences to reconstruct the recorded bit stream. (*The Curie temperature is the point at which a material can be magnetized by a very weak field. For the MD's recording layer which is a compound of Terbium, Iron, and Cobalt, this temperature is 180C).

    Meer links naar informatie over MiniDisc...


    Mis je nog iets? Mail svp naar










    Webstats4U - Gratis web site statistieken
Eigen homepage website teller